Veiligheidsproducten

Blast management

Specialist in opslag van explosieven en munitie volgens PGS 32. Installatie, inspectie en onderhoud van opslagvoorzieningen, plus ATEX-communicatie voor zone 1 en 2.

Richtlijn
PGS 32
Diensten
Installatie, inspectie, onderhoud
ATEX-zones
Zone 1 en 2
Partner
Protexo
Beheerste explosie met rookontwikkeling op een testterrein

Ons specialisme

Blast management is bij ons geen bijproduct van de netwerkkant. Wij zijn gespecialiseerd in de opslag van explosieven en munitie, en dan met name in de drie dingen waar het na aanschaf op vastloopt: installatie, inspectie en onderhoud van de opslagvoorziening.

Een opslagbunker of explosieveilige kast kopen is het eenvoudige deel. Hem correct plaatsen ten opzichte van de omgeving, hem periodiek laten keuren en de documentatie op orde houden waarmee u dat aantoont, is waar de meeste organisaties tegen de grenzen van hun eigen kennis aanlopen.

Wij doen dat samen met onze partner Protexo, distributeur van opslagvoorzieningen voor explosieven. Zij leveren, wij ontwerpen de opstelling, installeren, inspecteren en onderhouden.

Wat PGS 32 voorschrijft

PGS 32, Explosieven voor civiel gebruik: bovengrondse opslag, is de richtlijn voor het veilig opslaan van explosieven voor civiel gebruik. De richtlijn geeft antwoord op vier dingen:

  • Veiligheidsafstanden. Hoeveel afstand er moet zijn tussen de opslag en objecten in de omgeving, afhankelijk van de netto explosieve massa en de gevarensubklasse.
  • Constructie. Aan welke bouwkundige eisen de voorziening moet voldoen.
  • Brandveiligheid en beveiliging. Zowel het voorkomen van escalatie als het weren van onbevoegden.
  • Effectbeperkende maatregelen. Wat u kunt doen om de gevolgen te beperken als het toch misgaat.

Voor PGS 32 geldt het gelijkwaardigheidsbeginsel: u mag andere maatregelen treffen dan de richtlijn voorschrijft, mits u aantoont dat het beschermingsniveau gelijkwaardig is. Dat biedt ruimte op locaties waar de voorgeschreven afstand fysiek niet haalbaar is, maar het vraagt wel een onderbouwing die het bevoegd gezag accepteert. Die onderbouwing stellen wij op.

Civiel en militair zijn twee regimes

Dit onderscheid wordt vaak door elkaar gehaald. PGS 32 gaat over explosieven voor civiel gebruik. De voorganger, CPR 7, sloot Defensie uitdrukkelijk uit, en dat onderscheid is gebleven: opslag en behandeling van munitie bij Defensie valt onder een eigen voorschriftenstelsel.

Wij werken in beide werelden. Voor een civiele opdrachtgever toetsen wij aan PGS 32; voor een defensielocatie aan het daar geldende regime. De praktische vraag is dezelfde, de toetsingskaders zijn dat niet.

Voor grotere hoeveelheden van ADR-klasse 1.1 of 1.2 speelt daarnaast de munitie-QRA, de kwantitatieve risicoanalyse die de veiligheidszones bepaalt. Een verbouwing die de bouwkundige staat van de voorziening verandert, kan die zones vergroten. Wij toetsen dat vooraf, niet achteraf.

Inspectie en onderhoud

Een opslagvoorziening verslechtert langzaam en onzichtbaar. Deuren gaan slechter sluiten, afdichtingen verharden, aardingen corroderen, sloten slijten. Niets daarvan valt op tot een inspecteur ernaar vraagt of tot het misgaat.

Wat wij periodiek nagaan:

  • Bouwkundige staat van wanden, dak en fundering, en of die nog overeenkomt met de uitgangspunten van de risicoanalyse
  • Deuren, sluitwerk en scharnieren, inclusief de werking onder belasting
  • Aarding en potentiaalvereffening
  • Bliksembeveiliging en de doorverbinding daarvan
  • Ventilatie, temperatuurbeheersing en vochtwering
  • Beveiliging tegen onbevoegde toegang en de werking van de alarmering
  • Bebording, brandklasseborden en de actualiteit van het beleggingsoverzicht

Van elke inspectie leggen wij vast wat is gecontroleerd, wat is bevonden en wanneer de volgende beurt valt.

Installatie en plaatsing

De plek bepaalt de veiligheidsafstand, en de veiligheidsafstand bepaalt wat er verderop op het terrein nog mag staan. Verkeerd geplaatst kost een voorziening u ruimte die u later nodig heeft.

Wij berekenen vooraf de afstanden op basis van de beoogde hoeveelheid en subklasse, kijken naar de omgeving, en leveren een opstellingsvoorstel dat het bevoegd gezag kan beoordelen. Daarna verzorgen wij de plaatsing, de aansluiting van aarding, alarmering en verlichting, en de oplevering.

Communicatie in de zone

Waar opslag staat, wordt gewerkt, en waar gewerkt wordt moet gecommuniceerd worden. In een explosiegevaarlijke zone is elk apparaat een potentiële ontstekingsbron. Wij leveren ATEX-gecertificeerde apparatuur voor zone 1 en zone 2 en leggen per toestel vast in welke zone het is vrijgegeven.

Let daarbij op de batterij. Bij veel gecertificeerde toestellen geldt de vrijgave uitsluitend in combinatie met een specifiek accupack. Wordt dat vervangen door een goedkopere variant, dan vervalt de certificering zonder dat iemand het merkt.

Bij oplevering

Een opstellingstekening met de berekende veiligheidsafstanden, het inspectieschema met data, een lijst met per toestel de zonevrijgave en het certificaatnummer, en de onderbouwing bij een beroep op het gelijkwaardigheidsbeginsel.

Dat is het dossier waar uw veiligheidskundige, uw verzekeraar en het bevoegd gezag naar vragen. Zonder dat document is de installatie niet aantoonbaar, hoe goed hij ook staat.

Een voorbeeld uit de praktijk

Bij een productiebedrijf in Groningen hebben wij een opslagvoorziening voor 15 kg TNT-equivalent geplaatst, van het plan van aanpak tot de kwartaalinspectie die er nu op zit. Zie dat project.